Decennialang werd waterschaarste door deskundigen over de hele wereld gezien als een crisis, een acute maar tijdelijke verstoring die kon worden opgelost door noodmaatregelen en een terugkeer naar historische normen. Volgens de Verenigde Naties Wereldwijd bankroet op het gebied van water Rapport (2026), deze framing is nu gevaarlijk achterhaald. Watersystemen worden niet langer alleen maar onder druk gezet, maar onomkeerbaar beschadigd: een aandoening die de VN definieert als een faillissement van water.
Een faillissement in water heeft twee bepalende kenmerken.
- Ten eerste, waterverlies: samenlevingen onttrekken en vervuilen meer water dan op natuurlijke wijze wordt ververst door rivieren, bodem en neerslag.
- Ten tweede, onomkeerbaarheid: waterkapitaal op lange termijn, zoals wetlands, gletsjers en bodem, is onherstelbaar aangetast.
Deze dynamiek houdt nauw verband met de klimaatverandering en werkt nu op een schaal en intensiteit die het aanpassingsvermogen te boven gaan: chronische uitputting van het grondwater, overallocatie van rivieren, wijdverspreide vervuiling, land- en bodemdegradatie en ontbossing.
De gevolgen zijn ingrijpend. Driekwart van de wereldbevolking leeft in landen met wateronzekerheid, en ongeveer vier miljard mensen hebben minstens één maand per jaar te maken met ernstige waterschaarste. Waterschaarste wordt steeds meer in verband gebracht met toenemende voedsel- en energieonzekerheid, grote economische verliezen, migratiedruk en geopolitieke spanningen. Via wereldwijde markten en toeleveringsketens worden zelfs landen en bedrijven die waterveilig zijn blootgesteld.