Om het volledige potentieel van de digitale tweeling te benutten, moeten echte systemen niet alleen met elkaar verbonden zijn: ze moeten ook het vermogen ontwikkelen om autonoom te "denken" en te handelen. Ontwikkeling neigt in de richting van kunstmatige intelligentie, van eenvoudige wederzijdse perceptie en interactie tot communicatie en onafhankelijke optimalisatie. Hiervoor zijn ook geïntegreerde informatiesystemen nodig die een continue uitwisseling van informatie mogelijk maken.
Daarnaast zijn krachtige softwaresystemen essentieel om digitale tweelingen over de volledige waardeketen te implementeren — van het plannen en ontwerpen van producten, machines en installaties tot het bedienen en optimaliseren van productieprocessen. Dit stelt organisaties in staat flexibeler en efficiënter te opereren en hun productie snel aan veranderende omstandigheden aan te passen.



